De twee pastels uit 2002 vormen een dubbelportret en zijn gemaakt n.a.v. het vijfjarig bestaan van Museum Waterland.Voor de lustrumexpositie vroeg het museum werk in te zenden met het thema 'vijf'.De vijf inspireerde mij tot twee portretten van componisten, die allebei iets met de vijf hadden.Maar beiden op een aan elkaar tegengestelde manier. Debussy impressionistisch, melodieus en oplossend,Stravinsky juist expressionistisch,rithmisch met accoordclusters gebruikt als slagwerk. De muziekstukken waardoor de werken geinspireerd zijn,Debussy's Prelude a L'apres-midi d'un Faun en Stravinsky's Le Sacre du Printemps hebben allebei zoals de naam al verraad een mythische inspiratiebron.Bij de eerste gaat het om een soezende faun bij de tweede om een heidens offerritueel. Opmerkelijk genoeg vertonen de intro's van beide stukken veel overeenkomst.Bij de prelude blijft het oplossende,soezerige karakter, bij de Sacre verdwijnt dat in de volgende delen totaal;de toehoorder en kijker wordt letterlijk de grond ingestampt door accoorden als klanklusters in elkaar voortdurend afwisselende onregelmatige maatsoorten. Waardoor ontstaat nu het oplossende effect van de'Prelude'? Juist door de'5',m.a.w. het gebruik van een speciaal soort toonladder, de zg. pentatonische toonladder(penta=5),die Debussy weer ontleende aan de Balinese gamelanmuziek.Deze muziek ondergraaft door zijn speciale aard,de halve tonen ontbreken vergeleken bij de westerse zeventoons-toonladder,ons grondtoongevoel.Men versmelt met zijn omgeving:impressionisme. Stravinsky daarentegen verlaat na het intro van de Sacre het oplossend effect en doet je jezelf verliezen door het tegenovergstelde de effect, de '5' in maatsoorten, rithmes en accoordclusters: de accoorden werken niet meer harmonisch maar klinken als slagwerk in een voortdurende opvolging van maatverandering, soms zelfs per maat.Het voortgaande gestamp heeft een roes tot gevolg, nog versterkt door de onophoudelijke maatwisseling,de poorten van het onderbewuste worden geopend, oerkrachten komen vrij en maken zich meester van de menigte,die tot alles in staat raakt,tot overweldigen en zelfs tot doden:expressionisme in zijn uiterste vorm. Eind 19e eeuw begonnen diverse componisten de tot dan toe geldende functionele harmonie als uitontwikkeld en beperkend te ervaren;voor westerse oren is muziek gebouwd op een grondtoon en heeft een duidelijk begin en eind.Het einde van een muziekstuk ervaart ook iedereen als het eind door het sterk benadrukt worden vande grondtoon: Zing maar na:do-re-mi-fa-soooo...do! Do is de grondtoon en springt men van so,de 5e toon in de toonladder, in een keer naar do,de eerste toon en grondtoon van de toonladder,desnoods een aantal keren achter elkaar, dan voelt men,we zijn weer 'thuis',het lied is uit.De benaming grondtoon is veelzeggend,het geeft letterlijk grond onder de voeten. Verschillende componisten uit die tijd,zoals Wagner,Liszt,Mahler en anderen wisselden binnen een muziekstuk al zo vaak van toonsoort,het zg. moduleren,dat er nog nauwelijks sprake was van een grondtoon.Kennelijk voelde men intuitief aan dat de muziek dreigde te versintelen(te 'vergrondtonen') als men mee ging met de alom in de maatschappij optredende materialistisch-mechanistische tendens. Debussy trachtte hieraan te ontkomen door terug te grijpen naar muziek waarin nog nauwelijks sprake is van een grondtoon:de pentatoniek. Stravinsky greep in wezen ook terug, maar dan naar de onregelmatige maatsoorten van de slavische volksmuziek,de 5/8e, de 7/8e etc.maat. Beide gebruikten,weliswaar ieder op geheel eigen wijze, muziek uit een tijd en een cultuur waarbinnen nog niet dat individualisme bestond zoals we dat nu kennen.Hetis muziek die 'ont-ikkend' werkt. De componist Schönberg was de eerste('iemand moest het doen'),die de grondtoon, de tonaliteit volkomen los liet.Eerst met zijn a-tonale en later de 12toons-muziek, waarbij niet meer de grondtoon maar iedere toon in een reeks van 12 even belangrijk is. Paradoxaal genoeg moest ook Schönberg teruggrijpen op de 15e eeuwse polyfonisten om zijn systeem hanteerbaar te maken. Maar dat is weer een heel ander verhaal. Zie ook informatiepagina :'Abstracte kunst-muzikale kunst'(in wording) en 'Stromen of stilstaan,de tijd in de kunsten'(in wording).